'Notenman' Tijmen (22) uit Leek maakt zich zorgen over de toekomst van de markt in Sneek: 'Ik ben een apart geval'
In dit artikel:
Tijmen van der Zwaag (22) uit Leek runt sinds januari een notenkraam op de weekmarkt van Sneek en maakt zich zorgen over de magere dinsdagmarkt. Waar vroeger het Grootzand vol kramen stond, staan er nu op dinsdagochtend nog maar drie verkopers: een kaashandel, een handtassenverkoper en Tijmen. Door de geringe bezetting trekt de markt nauwelijks bezoekers; Tijmen krijgt op een gemiddelde dinsdagochtend zo’n elf klanten, niet genoeg om zijn kosten te dekken.
Volgens marktlui en Tijmen is de krimp terug te voeren op maatregelen uit de coronaperiode. De gemeente Súdwest-Fryslân schonk horecazaken meer terrasruimte op het Grootzand, waarna veel kramen naar het Schaapmarktplein en de Leeuwenburg uitweken. Na corona bleven terrassen vaak gehandhaafd, waardoor de markt niet of nauwelijks terugkeerde naar zijn oude plek. Daardoor is het aanbod op dinsdag zo klein geworden dat het weinig aantrekkingskracht heeft voor winkelend publiek — iets wat ook nadelige effecten kan hebben op andere binnenstadondernemers.
Tijmen probeert de situatie zelf te keren: hij hoopt dat zijn aanwezigheid andere marktlieden over de streep trekt zodat de dinsdagmarkt weer levendiger wordt. In zijn ervaring loopt de zaterdagmarkt een stuk beter; de gemeente heeft die markt compacter en centraler ingericht (Schaapmarktplein, Leeuwenburg en begin Grootzand) en ziet positieve resultaten: het aantal kramen is meer dan verdubbeld en de pilot is verlengd tot september.
Persoonlijk kwam Tijmen niet uit een familie van marktkooplieden, maar raakte hij geïnspireerd door een vriend met een kaaskraam. Hij leerde noten branden, werkte eerder bij een andere notenkraam en besloot een kraam te kopen. Naast Sneek staat hij op woensdag in Exloo en vrijdag in Zwartsluis; voor donderdag zoekt hij nog een plek. Financieel is het nog geen vetpot, maar hij kan ervan rondkomen en ziet klanten terugkeren, wat hem hoop geeft.
Tijmen waarschuwt ook voor vergrijzing onder marktkooplieden: zonder jonge ondernemers bestaat het risico dat markten verdwijnen. Zijn oproep is praktisch en collectief: wie de markt wil behouden, moet komen — als kraamhouder of klant — en samen ruimte claimen om de markt levendiger te maken.