Martijn (45) uit Groningen geeft het Gronings en Drents een digitale duw in de rug: 'Pien in de pokkel, straks weet iedereen wat het is'

zaterdag, 11 april 2026 (17:13) - Dagblad van het Noorden

In dit artikel:

Onderzoekers van de Rijksuniversiteit Groningen hebben twee platforms gelanceerd — proaten.nl (Gronings) en praoten.nl (Drents) — om gesproken zinnen te verzamelen en zo spraakherkenning en tekst‑naar‑spraak voor het Nedersaksisch te ontwikkelen. Initiatiefnemer is Martijn Wieling, bijzonder hoogleraar Nedersaksische/Groningse Taal en Cultuur. Doel is om dialecten zoals Gronings en Drents digitaal herkenbaar en bruikbaar te maken in apps, spraakassistenten, ondertiteling, zorgtoepassingen en lesmateriaal.

Iedereen die een Nedersaksische variant spreekt kan korte zinnen inspreken op de sites. Begin deze week telde het project al 51.231 ingesproken zinnen — ruim 93 uur aan materiaal — en het aantal groeit dagelijks. De verzamelde stemmen vormen de basis om algoritmes te trainen; vanaf september starten de onderzoekers met het trainen van spraakmodellen en als alles volgens plan loopt verschijnen de eerste prototypes volgend jaar.

Het initiatief reageert op het probleem dat Nedersaksisch in de digitale wereld vrijwel onzichtbaar is: telefoons, speakers en andere slimme apparaten begrijpen de streektaal doorgaans niet. Wieling benadrukt dat het niet alleen om techniek gaat, maar ook om identiteit en zichtbaarheid: als een taal digitaal niet bestaat, telt ze minder mee in gebruik en trots. De projectgroep wil met veel variatie in stemmen en regio’s (van Hogelandsters tot Twents, van Zuid‑Drents tot Achterhoeks, ook bijdragen uit plaatsen als Spakenburg en Urk) modellen maken die brede herkenning mogelijk maken.

Praktisch: deelnemers kiezen hun variant, lezen korte zinnen voor en kunnen een account aanmaken om voortgang te volgen. Populairste insprekers maken maandelijks kans op een bordspel ‘Streektaalstrijd’. Opnames worden gecontroleerd — Nederlandse of onjuiste opnames verwijderd — en de data worden veilig opgeslagen, uitsluitend gebruikt voor wetenschappelijk onderzoek en ontwikkeling van open spraaktechnologie, en onder strikte voorwaarden gedeeld met andere onderzoekers. De website blijft minimaal tien jaar online en deelname is vrijwillig.

Tot nu toe gaat het om voorgelezen zinnen; de volgende stap is het verzamelen van spontaan gesproken taalmateriaal. Daarom zoekt het project samenwerking met regionale omroepen (RTV Noord, RTV Drenthe) en streektaalorganisaties, en veel vrijwilligers voor transcriptie.

Het Noorden ontwikkelt zich zo tot een broedplaats voor streektaal‑spraaktechnologie. Een sprekend voorbeeld is promovendus Martijn Bartelds, die in Groningen promoveerde op Groningse spraaktechnologie en later werk kreeg aan Stanford en een Amerikaanse AI‑startup — een bewijs dat lokaal onderzoek internationale impact kan hebben. Met voldoende stemmen en samenwerking hopen de onderzoekers het Nedersaksisch dezelfde digitale kansen te geven die grote talen al hebben.