Liefst vijf broers en zussen van Aletta Jacobs schreven ook geschiedenis: 'Charlotte was minstens zo bijzonder'

maandag, 13 april 2026 (16:59) - Dagblad van het Noorden

In dit artikel:

Aletta Jacobs (1854–1929) blijft in Nederland de bekendste naam — recent weer in het nieuws vanwege een musical — maar uit hetzelfde Groningse gezin van elf kinderen kwamen meerdere pioniers. Historica Inge de Wilde belicht in haar boek Een sterke wilskracht vijf broers en zussen van Aletta die op eigen manier geschiedenis schreven, vaak met een langdurig verblijf in Nederlands-Indië.

Charlotte Jacobs (1847–1916) verdient volgens De Wilde extra aandacht: zij was in 1881 de eerste vrouw in Nederland die slaagde voor het apothekersexamen en vestigde zich daarna zelfstandig in Nederlands‑Indië, waar ze de eerste vrouwelijke apotheker ter plaatse werd. Na circa dertig jaar keerde ze terug en voerde — samen met Aletta — strijd voor vrouwenkiesrecht.

Ook broers en zussen namen opvallende posities in. Julius Karel (1842–1895) werd arts en officier van gezondheid bij het KNIL en publiceerde spraakmakende werken over etnografie en de Atjeh-oorlog. Johan Rudolf (1851–1906) klom tot luitenant‑kolonel, leidde een Nederlandse wapenfabriek, promootte technische innovaties als het dynamietkanon en de Renard-trein, en was de eerste commandant van het Korps Nationale Reserve. Eduard (1855–1921) keerde na een korte Indische periode terug en werd de eerste Joodse burgemeester in Nederland (Lonneker, later Almelo) en medestichter van de Raiffeisenbank, een voorloper van de Rabobank. Frederika (1857–1896) was een onderwijsvernieuwer: een van de eerste meisjes op de HBS, behaalde MO‑aktes en schreef de eerste wiskundeboeken voor scholen.

De Wilde wijst erop dat deze ambities niet los te zien zijn van de opvoeding: vader Abraham Jacobs, een plattelandsdokter, was vooruitstrevend en stimuleerde zijn dochters, terwijl het progressieve klimaat in Groningen openheid voor vrouwenemancipatie vergemakkelijkte. Daarnaast speelden praktische motieven een rol bij de keuze voor Indië: minder antisemitisme dan in Nederland, hogere lonen en het avontuur van het koloniale leven.

Tegelijk was het niet onkritisch glorieus: sommige Jacobs‑opvattingen weerspiegelen koloniale denigratie — Julius schreef neerbuigend over Balinezen en Johan Rudolf had militaire agressieve neigingen in Atjeh. Ook is het beeld fragmentarisch: veel correspondentie van de andere gezinsleden is verdwenen, waardoor het onderlinge contact en de precieze motieven onzeker blijven. Over Frederika ontbreekt vrijwel alle informatie na haar 28e; mogelijk verhuisde ze met haar Duitse echtgenoot naar Duitsland.

De collectie biografieën plaatst Aletta niet als alleenstaande heldin maar als lid van een getalenteerde, vasthoudende familie die via studie en emigratie hun maatschappelijke positie opbouwde. De verhalen bieden tegelijk een venster op vrouwenemancipatie en op de ambiguïteiten van het Nederlandse koloniale tijdperk.