In 'Groeten uit Ter Apel' vertellen bewoners hoe Ter Apel werkelijk is. 'Het azc is niet wat Ter Apel maakt'
In dit artikel:
Museum Klooster in Ter Apel zette in de winter een tegenbeeld neer van het dorp: naast de vaak gehoorde verhalen over het asielcentrum bestaat er een levendige gemeenschap met veel historie, verenigingsleven en natuur. Uit die tentoonstelling Groeten uit Ter Apel – te zien van 16 november 2025 tot 14 juni 2026 – is nu een boek voortgekomen met de persoonlijke verhalen van 25 inwoners. Directeur Marjan Brouwer bedacht het boek tijdens de opening; het moest de optimistische toon vastleggen voor ná de expositie.
Brouwer voerde de interviews zelf en sprak met een brede doorsnede van de bevolking: mensen die er al hun hele leven wonen, nieuwkomers vanwege werk of liefde, oud-vluchtelingen die zich hier settelden, en zelfs een 15‑jarig meisje als jongste geïnterviewde. De oudste geïnterviewde, de 91‑jarige Pieter de Graaf, vertelt dat hij zich hartelijk opgenomen voelde. Over de meeste portretten ligt één gemeenschappelijke boodschap: Ter Apel is een plek waar men wil wonen, leven en kinderen opvoeden.
De tentoonstelling en het boek tonen niet alleen teksten, maar ook veel beeldmateriaal: portretten en landschapsfoto’s van Joop van Putten, 35 kunstvaandels en 200 beschilderde ansichtkaarten gemaakt door lokale bewoners. Historicus Martin Hillenga levert in het boek een contextuele schets van Ter Apel als grensdorp: van buitenaf vaak gezien als “uithoek” met asielproblematiek, maar voor bewoners juist het centrum van hun bestaan door de Ruiten Aa, het bos en het klooster.
Met het boek willen initiatiefnemers het publieke narratief verbreden en de nadruk leggen op gemeenschapszin en dagelijkse schoonheid, in plaats van louter op de opvangcrisis. Bij de presentatie in de Kloosterkerk overhandigde Brouwer het boek aan cultuurwethouder Giny Luth en aan Pieter de Graaf; de uitgave moet volgens de makers de positieve vibe van de tentoonstelling vasthouden.