Groningse boeren hopen met acties het overschot aan aardappelen te slijten. 'Ze blijven nog wel zo'n vijf weken goed'
In dit artikel:
Groningse aardappelboeren zitten met enorme overschotten en voeren actie om zoveel mogelijk kilo’s alsnog te verkopen. Boeren zoals Anne-Willem Dallinga (52) uit Zuidbroek hebben nog grote voorraden: hij houdt ongeveer 1.400 ton frietaardappelen in de schuur — bijna de helft van zijn oogst — naast een aanzienlijke partij Bildtstars (tafelaardappelen). Landelijk ligt er ruim 500 miljoen kilo aardappelen ongebruikt, deels veroorzaakt door een goede oogst, tegenvallende export en een verzadigde handelsmarkt; bij sommige telers verergerde het probleem door het faillissement van afnemer CêlaVíta.
Om hun voorraden te bewegen bieden telers stevige kortingen en acties. In Ulrum geeft boerderijwinkel van Tonnie en Marijke van der Spek bij elke zak een gratis tweede zak; 20 kilo kost daar 6 euro. Zij verwachten ondanks de acties toch zo’n 100 ton over te houden en schatten hun gemiste inkomsten op 30.000–60.000 euro. Veel boeren concurreren ook met supermarkten die aardappelen spotgoedkoop inkopen, waardoor hun marge nog verder onder druk staat.
Om consumenten te bereiken startte No Waste Army de Nationale Aardappelweek: van 17 tot 26 april kunnen mensen bij zeven boeren voor een lage prijs rechtstreeks aardappelen ophalen. Daarnaast organiseren individuele telers eigen initiatieven: Dallinga voert regelmatig 1+1-acties, verkoopt Bildtstars voor €3,99 per 10 kilo (waar dat voorheen rond €8 lag) en plant op 16 mei een frietbakdag waar bezoekers versgebakken friet kunnen krijgen — met mogelijk extra acties op de Bildtstars.
Boeren wijzen erop dat de problemen structureel zijn: wereldwijd zijn veel nieuwe frietfabrieken gebouwd met beloften van goede prijzen, waarop telers hebben geïnvesteerd; de handelsmarkt is nu verzadigd. Voor consumenten is er voorlopig geen directe houdbaarheidszorg — telers noemen ongeveer vijf weken houdbaarheid — maar voor producenten blijft de financiële druk hoog en zoeken ze naar creatieve verkoopswegen om overschotten te reduceren.