'Goede oogsten en een omgeving vol leven.' Rianne (32) uit Onstwedde ziet toekomst in voedselbossen, maar Groningen blijft achter
In dit artikel:
Het CBS meldt dat voedselbossen in Nederland aan populariteit winnen, maar in Groningen blijft de toepassing beperkt: slechts vijf landbouwbedrijven hebben er een, samen goed voor zeven hectare. Een voorbeeld daarvan is het Wessingboerbos bij Wessinghuizen (Onstwedde), aangelegd door zussen Rianne (32) en Marijke Luring (36). Zij begonnen in 2022 met het planten van een voedselbos op vijf hectare grond van hun ouders, die een biologisch-dynamisch bedrijf runnen.
Een voedselbos combineert landbouw met bosbeheer en is opgebouwd in lagen: hoge notenbomen aan de rand, fruitbomen daarachter, bessenstruiken daar weer achter en bodembedekkers, wortelgewassen en bloemen in het midden. Die gelaagde aanpak verbetert de bodem, vergroot de biodiversiteit en maakt het mogelijk het hele jaar door eetbare gewassen te oogsten. Rianne, landschapsontwerper, en Marijke, voedselmiddelentechnoloog en kaasmaker, hebben veel plantwerk en kennis zelf georganiseerd; in de winter van 2022 hielpen vrijwilligers tijdens plantdagen. De aanplant is nog jong: de zussen verwachten pas binnen enkele jaren routinematige oogsten; vorig jaar viel er al wat kleinfruit te plukken.
De inrichting van het Wessingboerbos is pragmatisch en gericht op landbouwbaarheid: rijen staan zodanig dat machinaal werk mogelijk blijft. Dat sluit aan bij het onderscheid dat Jasper Tiemens van de Natuur- en Milieufederatie Groningen maakt tussen het romantische, kleinschalige voedselbos en het functionele voedselbos dat boeren wél rendabel kunnen beheren. Volgens Tiemens kunnen voedselbossen, mits goed opgezet, hogere opbrengsten geven dan monoculturen doordat meerdere lagen benut worden en soorten elkaar in de bodem en oogst ondersteunen.
De terugkeer van natuur is al zichtbaar: na één jaar namen onder meer vogelsoorten sterk toe. Tegelijk brengt meer natuur uitdagingen mee; muizen veroorzaken schade en omdat het bedrijf biologisch is, worden geen bestrijdingsmiddelen gebruikt. De zussen zetten daarom op natuurlijke wijze predatoren in, onder meer door nestvoorzieningen voor vogels zoals de torenvalk te plaatsen. Ook zijn hazen en reeën waargenomen.
Dat Groningen achterblijft heeft volgens Tiemens praktische oorzaken: bestemmingsplannen en beschermde open landschappen compliceren vergunningverlening, waardoor alleen idealistische boeren het aandurven. Andere provincies, zoals Noord-Brabant (77 hectare voedselbos), stimuleren ontwikkeling soms financieel, bijvoorbeeld door waardevermindering van grond te compenseren. Voor veel boeren blijft de investering en onzekerheid echter een drempel; de Luring-zussen konden doorgaan omdat ze tijdens de aanleg konden blijven werken. Zij zien voedselbossen als een duurzame investering voor toekomstig voedsel en een levenrijke omgeving.