Een hele dag ging het over het Noorden in de Tweede Kamer. Dat was best ongemakkelijk

vrijdag, 10 april 2026 (11:28) - Dagblad van het Noorden

In dit artikel:

Een woensdaglange plenaire zitting in de Tweede Kamer draaide dit keer om twee Noordelijke dossiers: de overlast rond de pendelbus naar het asielzoekerscentrum in Ter Apel en de aanpassing van de Groningenwet over gaswinning en schadeafhandeling. Beide debatten maakten zichtbaar hoe Haagse politiek en media vaak afstandelijk en symbolisch reageren zodra het Noorden onderwerp van gesprek is.

De perstribune bij het Groningen-debat was nagenoeg leeg; voor tv‑makers was er vooral interesse als het weer over het openen van de gaskraan ging. Bij het debat over Ter Apel beloofde nieuw asielminister Bart van den Brink (CDA) opnieuw strengere maatregelen en betere afspraken, maar zijn woorden kwamen bij veel Kamerleden en aanwezigen als herhaling van eerder beleid.

Opvallend was de felle concurrentie aan de rechterflank: JA21, BBB, FVD, PVV en de Groep Markuszower poogden elkaar te overtreffen in anti‑asielretoriek. Debatinitiatiefnemer Simon Ceulemans (JA21) benadrukte dat de zaak meer is dan lokaal leed en sprak van intimidatie van chauffeurs en boa’s door groepen migranten bij Ter Apel. FvD’er Tom Russcher en BBB‑voorman Caroline van der Plas schetsten Ter Apel als een dorp dat door falend asielbeleid is veranderd; PVV’er Marina Vondeling noemde asielzoekers zeer scherp. Linkse en centrumfracties, zoals Pro (GroenLinks‑PvdA) en D66, kregen tijdens hun relativerende opmerkingen veel tegenwind en boegeroep.

In het debat over de Groningenwet ontvlamde een eigen conflict: JA21‑Kamerlid Ranjith Clemminck pleitte voor hervatting van gaswinning en bekritiseerde kosten voor schadecompensatie, terwijl BBB‑woordvoerder Henk Vermeer hem verweten dat hij de problemen bagatelliseerde door te spreken van “trillingen” in plaats van aardbevingen. Het leverde onderlinge verwijten en scherpe wisselwerkingen op.

Vanuit de publieke tribune waren regionale bestuurders aanwezig — onder anderen commissaris van de Koning René Paas en gedeputeerde Susan Top — die aandrongen op bindende garanties. De coalities in de Kamer bleken verdeeld: links wilde ruimere vergoedingen, rechts juist bezuinigen. Minister Heerma formuleerde een middenweg en hield vast aan het koers die zijn voorgangers Hans Vijlbrief en Eddie van Marum volgden.

Concluderend: Den Haag besteedde zelden zoveel aandacht aan het Noorden en toonde tegelijk de gebruikelijke ongemakkelijkheid en scheidslijnen tussen landelijke politiek en regionale zorgen — en tussen politieke spektakelzucht en de feitelijke noden van Groningen en Ter Apel. (Arend van Wijngaarden)