Docent van universiteit Groningen over het onmenselijke dilemma voor Inez Weski: zwijgen als enige optie

woensdag, 22 april 2026 (06:42) - Dagblad van het Noorden

In dit artikel:

De strafzaak tegen advocate Inez Weski onthult een fundamenteel spanningsveld tussen procesrechtelijke bewijsregels en de realiteit van ernstige, criminele dwang. De verdediging suggereert dat Weski onder zodanige druk uit een criminele omgeving handelde dat zij daar geen weerstand aan kon bieden — een verweer dat richting psychische overmacht gaat en, als het aannemelijk is, tot niet-strafbaarheid kan leiden. Maar dat verweer wordt in deze zaak terughoudend en niet door de verdachte zelf uitvoerig toegelicht; advocaat Knoops waarschuwde zelfs om in de media te vermijden te schrijven dat Weski onder druk stond.

Voor een rechter om een alternatief scenario serieus te nemen, moet het voldoende aansluiten bij het dossier en concreet genoeg zijn om te wegen tegen het OM-bewijs. Als die concretisering ontbreekt, kan de rechter het verweer eenvoudig terzijde schuiven en is er geen verplichting om het vervolgens inhoudelijk te weerleggen. Dat is volgens Scholten problematisch wanneer zwijgen juist voortkomt uit het gevaar dat spreken meebrengt: liquidaties rond het Marengo-proces laten zien hoe reëel en levensbedreigend zo’n dreiging kan zijn. Dat plaatst de verdachte in een schrijnend dilemma: zwijgen en het risico op veroordeling, of spreken en de eigen veiligheid (en die van anderen) ernstig in gevaar brengen.

Scholten betoogt dat, hoewel aan een beroep op psychische overmacht terecht hoge eisen worden gesteld, het niet rechtvaardig is zo’n verweer automatisch af te wijzen wanneer gebrek aan detail het directe gevolg is van de gestelde dwang. In die gevallen zou van de rechter verwacht moeten worden dat hij ambtshalve het dossier doorzoekt op aanknopingspunten voor die druk — zeker bij een zwijgende verdachte — en, als het verweer wordt verworpen, duidelijk en gemotiveerd uitlegt waarom. De bestaande geheimhoudingsplicht versterkt de spanning nog: relevante informatie kan niet altijd openbaar gemaakt worden zonder risico.

Kort gezegd: de zaak-Weski illustreert dat het strafproces balans moet vinden tussen procedurele waarborgen en de feitelijke onmogelijkheid voor slachtoffers van ernstige dwang om openheid van zaken te geven. Zonder zorgvuldige, gemotiveerde bestuurlijke toetsing en dossiervergaring loopt de rechter het risico een reëel alternatief buiten beeld te laten — niet omdat het niet bestaat, maar omdat het simpelweg niet verteld kon worden. (Mirnah Scholten, universitair docent Strafrecht, RUG)