Alle ouderen in de Groningse 'thuiskamer' wonen op zichzelf. Gezelligheid vinden ze bij elkaar, elke week
In dit artikel:
In Noord-Groningen ontstaan steeds meer informele ontmoetingsplekken voor vooral oudere dorpsbewoners: zogenoemde ‘thuiskamers’. Initiatiefnemer Mensenwerk Hogeland (onderdeel van de Tintengroep) startte in 2019 met vier thuiskamers; inmiddels zijn het er in de uitgestrekte gemeente Het Hogeland ongeveer 35. Het doel is simpel en praktisch: meer sociale contacten en minder eenzaamheid, zodat mensen langer prettig thuis kunnen blijven wonen.
De thuiskamers zijn laagdrempelig en vaak door dorpsgenoten zelf opgezet en georganiseerd. Drie bewoners en twee vrijwilligers zijn vaak al genoeg om bij Mensenwerk aan te kloppen. Locaties variëren breed: een dorpscafé in Wehe-den Hoorn (café Hoornstertil), de kantine van de ijsclub in Kantens, de bibliotheek van Uithuizen, een havenrestaurant in Lauwersoog, een omgebouwde manege in Winsum, een boerderij in Niekerk en zelfs het Koffie- en Winkelmuseum in Pieterburen. Vaak stellen eigenaren ruimtes gratis of tegen minimale kosten ter beschikking; soms worden onbenutte ruimtes tijdelijk gebruikt, zoals een huis dat wacht op sloop na aardbevingsschade.
Concrete voorbeelden geven karakter aan het initiatief. In Wehe-den Hoorn rijdt elke donderdag een Fiat Panda vol met oudere vrouwen naar het café; zij bespreken spelletjes, herinneringen en omgaan met ouderdomsklachten. Alle aanwezigen wonen nog thuis en houden de bijeenkomsten belangrijk voor hun sociale leven. In Uithuizen transformeert de bibliotheek donderdagochtend tot trefpunt: een gemêleerd gezelschap luistert er naar lezingen van deelnemers en wisselt verhalen uit. Een van de bezoekers nam ooit deel aan een uitstapje van de thuiskamer: twee taxibusjes vol mensen die samen ‘memory lane’ aflegden. Anderen vonden via de thuiskamer de moed om weer naar buiten te gaan nadat ze lange tijd drempelvrees hadden gevoeld.
Er ontstaan ook thematische varianten: in Winsum is er een ‘roze vijftigplus-thuiskamer’, in Obergum trokken ouderen zo massaal dat een leeftijdsgrens moest worden ingesteld, en in Bedum komt een groep filosofieliefhebbers maandelijks bijeen om twee uur lang één stelling te bespreken. De gemeente streeft naar een thuiskamer in elke dorpskern; Mensenwerk en de Hanzehogeschool boden daarvoor recent een praktische handreiking aan. Er is eveneens financiële steun gekomen: rond 3.500 euro uit een samenwerkingspot van gemeente, Rijk en maatschappelijke organisaties om het netwerk te versterken.
Praktische kanten worden door bewoners zelf geregeld, van vervoer tot koffie zetten. Ook wordt terughoudend omgegaan met privacy en veiligheid: achternamen van deelnemers worden niet gepubliceerd om misbruik door oplichters te voorkomen. Al met al laten de thuiskamers zien hoe kleinschalige, door inwoners gedragen initiatieven de sociale cohesie in plattelandsdorpen kunnen versterken en ouderen meer bewegingsvrijheid en gezelschap bieden zonder professionele zorginstellingen.